Olijfolie 

De Romeinen plantten olijfbomen aan in de hele streek ten noorden van de rivier de Guadalquivir, dat nu op het grondgebied van de provincie Jaén, Córdoba en Sevilla ligt. Na het persen werd de olijfolie over de rivier naar zee en vervolgens naar Rome verscheept. De Moren breidden de olijfteelt uit over vrijwel het gehele schiereiland. Ze noemden olijfolie az-zait, dat 'sap van de olijf' betekent. Daarvan is het Spaanse woord voor olijfolie, aceite, afgeleid. De boom heet in Spanje olivo, naar het Latijn, maar de vrucht heet aceituna, naar het Arabisch. De olijfteelt bereikte in Spanje aan het begin van de 16de eeuw het hoogtepunt. Maar ook tegenwoordig is het land nog de grootste olijfolieproducent van de wereld. Elf procent van alle in cultuur gebrachte grond wordt gebruikt voor de olijfteelt en meer dan 600.000 gezinnen vinden hierin hun bestaan. Alleen al Andalusië neemt twintig procent van de wereldproductie voor haar rekening: de provincie Jáen levert de meeste olijfolie en ook enkele van de allerbeste soorten olijven.

WIJNAZIJN

Uit Spanje komen behalve mooie wijnen en olijfolie, ook lekkere soorten wijnazijn. Spanje bezit verscheidene streken waar de wijnazijn één van de gastronomische troeven is. Behalve gewone azijn heeft men daar ook nog de Soleras, die 6 tot 12 maanden op vat heeft gerijpt, de Reserva met minimaal 1 jaar vatrust en de Añada met zo'n 3 maanden vatrijping. Deze wijnazijn is opgenomen in de beschermde herkomstbenaming en heeft een vergelijkbare kwaliteit als de Aceto Balsamico uit Italië.

 

Taalkeuze |  Sitemap |  Contact |  Legal disclaimer |  Verkoopvoorwaarden |  powered by XatraX |